Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 252 —
Naer haerlier meester ruut,
Den audeu druut, Menighen guut.
Veel mochten 't noch becoopen,
Want de kersse en es niet uut.
Strijd op Oraiijo.
[De herstelling der orde op den voet van den Godsdienst-
vrede, moest, hoe billijk ook, weinig in den smaak vallen
der hevig Roonischgeziuden, die het van hunne zijde don
aanhangers vau Hembyze, op dat punt, in niets toegaven.
Hunne meeuing uit zich in het volgende, van die dagen
(13 Sept.) gedagteekende schimpdicht tegen den Prins.]
Ic zoude wel zot werden in mijn aude daghen.
Om dat ick al de weerelt hoore deerlick claghen
Van den prince van Oraingncn.
Wat reden dat zy hebben, wildic zeer wel vraghen;
Wien hy meshacght, hy staet wel in mijn behaghen.
Want hy es sonder raclaingncn.
Gheen ootmoedigher in dees zyde van de montaingneu;
Niet dan ruste cn souct hy, zoo men es anschauwende.
Ontwyfeliek groot onghelijck heeft den conynck van Spaingneu
Dat hy zulck eenen goeden priuce voor vyandt es hauwende.
Noyt en was hy yemand lastich oft benauwende;
Maer elc moet hem beloven van zijn weldaden.
Oynt voeren zy wel, die op hem zijn bctrauweude.
Want 'tes voorwaer een priuce vul van ghenaden;
Niet gheerne en zoude hy de catholijckc verraden,
Noch'tgeestclick onghelijck doen, zoo elckmagh weten; —
't Es alsoo waer als den hont de byle heeft ghcëteu.
Het lant es wel gheluckich, 't en dient niet verzweghen,
Dattet zulc eenen fraeyen gouverneur heeft gecreghcn,
Vry van alder malitie.
Niet gheerne eu zoude hy dc goede willeu teghen;
Want hy es gheheel tot rechtveerdicheit gheucghen
En totter justitie.
Doende over de boose stricte puuitic,
rrincipael die kcrckcn ende cloosters pillieren.