Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
Passeerde, zoo sal 't in Vlaenderen oock ghebeuren.
Berghen in Henegauwe heeft hy ontset beracn,
Mechelen heeft hy oock verlost van treuren,
Dendermonde hilt hy met ghewelt tot allen houreu,
Audenaerde en cost hem niemandt ontwinden,
Macsl richt' door ontset bevryde hy van bcseuren ,
Al dat hem teghen was sagh men hem oynt verclinden.
Niemant zal teghen Vlaenderen durven den standaert ontwinden.
Door de macht enz.
Rijssele heeft hy oock inglienomen mot machte.
En mot subtylen ghcdaehte Aultrive sterck.
Binnen Aelst domineert hy met, al sijn gheslachte;
Verhueght n nu, Vlaenderen, met al n ghewerek,
Want La Noue sal brynghen, uut 'tfransehc perck.
Om u bewaren, hondert duusent voetknechten.
En Casimirus die es te beene, verstaet dit merek,
Met zessendertich dusent ruyters, fraey om vechten.
De eoninghinne van Inghelant wilt u oock berechten,
Dry hondert duysent volcx senden, om u verfraeyen.
Met steerten als monsteren in 't gat, die sullen 't al slechten
Dat men 't van Artois tot Venegiën sal sien laeyen.
Zy sullen hier t'samen vergaren, niemant sal ons besehaeyen,
Door de craeht enz.
Prince, dit al vulcommen zijnde, noyt meerder wonderen;
Van de zevenllüen landen wert hy erfaehtich heere;
Eick Italiaen verlanght naer hem bysondere.
Om binnen Roome hem te halen met snellen keere
Dat hy daer eenen Paus moght stellen naer sijn leere,
Goet en rechtvaerdich als liy es bevonden.
Hatende het quaet en beminnende de dueght zeere;
Die van Granaden hebben oock om hem g icsonden,
Want, daer hy niet en es , facit politie ten stonden,
Neerynghe noch coomansehepe en siet mer domineeren;
Al gloria-lans es in 't Ncerlant deur hem, ic moet oorconden,
Waren zy hem qnyte sy souden dcclincercn. >
In Vlaenderen siet men Gods woort llorccrcn
Door de cracht enz.
1 Maastiicht, zie beiicilcu.