Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 246 —
Äen heur stadt s capiteynen seer delicaet;
Soo heeft capiteyn Hans Vleys met goeden räet,
Inghenomen de Ezelpoorte met machte,
Eu Capiteyn Wynckehnan, dat vroom manneliek saet.
Die nam in de Eselbrugglie ende Steider zijn wachte,
Om de Cornelianen heur verraet te beletten met erachte.
Capiteyn Rcincus van Aertrijcke, clouck en valiant.
Die nam in de plaetse rontsomme twest-vlecsehays groot,
Capiteyn Anthueids Wouterman, met ghcweere iu de hant.
Die nam in d'Ecckhout-brugghe seer constant,
Soo bewacrden zy alle de straten totter maerct minjoot.
Doen quamCr ecuen wiikmeestere,die eertijts depoorte sloot,
Ende track met de sleutels uaer de Eselpoorte coen.
Hem voughende met de capiteynen in dat conroot.
Opdat hy de poorte voor haer vrienden mochte open doen;
De papisten dit hoorende op dit saisoen,
Zy namen aen de wapene en hebber heur teghen gheset,
Maer dc Geusen, die dcdeu de Cornelianen stille hoen,
Zoo heur oproer cn verraet was belet,
Ende der Geuscn looze was voor Brugghe en de wet.
Door dese loose gheruchten noch vele vroom soldaten,
By Wynekelman en capiteyn Vleys ontrent.
Die tleveü voor onse vaderlanden liever wilden lat«n.
Dan dat zy sonden vechten voor dees goddeloose prelaten,
Jae dan zy de paepsche indictie zoude zijn obedient.
Vele papen eu monnicken, diemcn voor hcylich kent.
Die quamen met bussen en hellebaerden ras
üp den burch, en vinghen die vander wet eloquent,
Ende hielden daer de wachte int blanck harnas,
Maer die vande Unie deden op tselve pas,
Sy maeckten contrackt dat d'hceren zouden zijn gheslaekt
Van 'tvangen, dies zoude elck capitein, die daer was.
Met zijn volck vanrier wachte vertrecken naeckt,
Maer Vleys en Wynekelman hebben nae wat anders ghehaect.
'sAvens doen de Papauwen waren ghescheen.
En dat Vleys en Wynekelman zijn byeen ghecommen.
Dit hoorende de papauwen collonel verbrecu,
Hy besclirantsle ziju huys, vreesende alleen
'k Gewelt der Geusen groot boven Eommcn,