Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 245 —
Hoort, broeders, alle die ouse vaderlant bemiiincu,
En, niet lierten en sinnen, wilt wel verstaen.
Hoort van Brugghe den oorsprone en tbeginnen.
Wat dat zy al voren hadden, om heur ghewinneu,
Jlaer heur verradieh voornemen is qualie vergaen;
Den xxvijsten i[i Juuy, heeft de wet ghedaen
'tühemeente voren houdende dc Unye vau Utrecht,
ürootelicx by versoucke van die van Ghendt en Yperen saen,
Daer de gheestelicke met heur Catholijcke slecht,
tSelve gheweyghert hebben, eude heur, opgerecht
Teghen heurlieder dekens en hooghe raagestraten ,
Die de Unye gheeonsenteert hebben, alsoo men secht.
Die hebben zy ghesmeten, en verdreecht buyter maten.
Dit deden de Cornelianen, broer Cornelis' oudersaten i.
De papisteghe groote gheleerde, die hebben opgejaeciit,
En 'tghemeente ghewaecht in heur predicatie jent.
Dat beter ware met Hencgauwe ca Artoys onversaccht.
Te onderhaudeiie de pacificatie, wel bedaccht.
Die den prince gheordonneert heeft met die van Ghendt,
Van dat zy teghen de pater-noster-knechten bekent 2
Souden opstaen, ofte zijn met brandtschatten ghequelt,
So zijnder menichte van Cornelianen den burcht commen on-
Ende hebben heur met fortsen teghen de wet ghestelt; (trent,
Sy vinghen den burchmeester met groot ghewelt.
Willende eenen collonel hebben van heuren zin ende wille,
Dat was mejoncker de Mol, heere van Watermael gespclt,
Den dobbelen Papan, vul twist en geschille,
So meenden zy de Parissche bruyloft te houdcne int stille.
Dese Cornelianen, met al heur Jesewyten,
Doen zy dezen collonel hadden met fortsen ghecreghen,
Sy seyden, zy souden alle de Geusen wt Brugghe smyten,
En zy trockcn den predicant soucken ten Carmeliten,
Hem niet vindende, zo hebben zy zijn huysvrouwc ter deghen
Gheslept by den hayre, en met vusten gliesleghen.
Dit bcghinsele aeusieude den hooghcu magestraet,
Sonden secretc boden wt, deur a Ie weghen,
1 Broer (Cornelis, weet meu , was de roomsche, en uog dweciizieker
Datheen van Brugge.
2 Gentiche spotnaam der soldateu van het leger der Malkolitcnten.