Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
Dit was zeer obstinaet, qiiaet, Gaetlienus' valschen raet.
Dat hy eerst hadde besweren, Daer en hilt hy nu af niet;
Wanckelbaer ziet, Al waer 'teen riet;
Valschen apostaet gheschoren Ks hy, en anders niet.
Zijn trauwe en zynen eedt, breet. Heeft hy vervalscht.
God weet.
Zijn cap ghehanghen op d'haghe, t'Ypre, als carmelijt i.
Die elc beschijt, In allen tijt,
Hy zal 't, in corten daghen, Beweenen breet en wijt.
Up papen en nonnen acht zacht, Al eyst dat ghy zeer lacht,
De tijt moght noch wel comraen Dat ghy se zoudt ontbiên,
Begheeren te zien, Up beede u knien;
Up die leere gheclommen, t' En zal u nauwe gheschien.
Borghers, anziet nu hier schier Dathenus' snoo bestier.
Hier aen meughdy wel mercken Dat valsch es zijn upstel;
En zynen rel Es boos en fei,
Om rooven cluusen en kercken, En den Conynek te zijn rebel.
Ghy Calversteerten voort, hoort, Vertrect nu rechte voort
Uut Ghendt, die schoone stede. En laet die zoo zy was;
Vlucht over den plas, Haest.u zeer ras;
Leedt u ministers mede, Raed ik u up dit pas.
Prince, bekeert u pleyn reyn, 't Es meer dan tijt eerteyn,
Handt u aen 'tonde gheloove. Den catholicken pilaer;
Vijfthien hondert jaer Gheduert voorwaer;
Hy zal *t noch al deurclooven, 't Staet ons bescreven claer.
1 Men weet dat Datbeen, van Yperen geboortig, vroeger in Poperiiigen
monnik was.
Brugge behouden.
[De vraag der aannemmg van de Uny van Utrecht had
hier in het laatst van Juny beide partijen in de wapens
gebracht; de Catholicken „eenige overhand hebbende,"
deden een roomschen Stadvoogd benoemen, die alles in hun
zin wijzigde. „Maer agt vendelen Schotten met 150 peer-
den van Thourout ^..... deden de Gereformeerden zegepra-
len." Gentsche Gesch. II, 117.]
1 Waar behalve de Scholsche ook de Staatsche troepen onder la Woue
lagen.