Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
w
— 242 —
124). — Geea wonder dat die handeling de verontwaar-
diging der verdrukte Katholieken iu hooge mate wekte;
zoo als zij zich in het onderstaande dicht van een roomsch-
gezind tijdgenoot, Ch« van Auweghem, krachtig uit.]
Bcmerct nu uwen val, al Ghendts Calvinist ghetal;
Docteurcn, naer u cas, ras, Surgijn oft wyse liên.
Wilt se bespiên. En haest onthiên;
Oft gaet tot Mr Lucas, Die zal u uryne hesien.
Tot Dierick Beza om raedt gaet. Eer 't u ter herten slaet;
Vraeght Zwinglius oft Melon-ton En Mr Pieter Yiret,
Wat dat u let An hooft oft zet;
Die zullen u zegghen waerom Dat valsch es u opset.
Al uwen valschen raedt, daet, Die tendeert al tot quaet;
Anziet die eerste praetijeque •, Die gliy deet binnen Ghendt:
Vier Ordens gheschent. En hemlieden convent ï;
Maer roovage publijcque Die was allom ontrent.
Kercken en cloosters daer naer 2 Zagh men bederven claer;
Eeelden schoffieren en schenden. En rooven al het goet,
Te peerde en te voet, Vry metter spoet.
Ghy slacht al Calis-benden; Valsch is H al dat ghy doet.
tEn was den afgod nict, ziet, Die ghy lieden hadt bespiet;
Maer 'twas rooven en stelen, Dat ghyücden hadt voor dhant.
An elcken cant, Goud, zelver, en pant;
tEn mochte u uiet vervelen, Robynen noch diamant.
Tin, yscr en metacl, stael, Dienden u t' eenemael;
Loot, coper, tóels, pannen. Moesten *tbecoopen zacn.
tMocst mede gaen, tWas haest ghedaen,
Pot, schotels, lepels, canuen; Daer en moght niet blyven staen.
Rijs, blockcn, turven, haut, smaut, Coorne, taerwe ende maut,
Coeyeu, peerden ofte schapen, Swynen en gansen in't cot
Was den afgodt, Verstaet wel *t slot,
Die men u zach betrapen, En deelen in clck rot.
Erfve, bosch, boomen, landt, sant, Zagh men an elcken cant,
Thiende, pachtbrieven oft rente Trecken tot ulieder boort.
/
1 De kloosters der 4 bedelorden waren 18 Mei 1578 geshsten ge-
4Vordea.
2 De dichter bedoelt deu beeldstorm vau 24 - 2G Aug. 1578.