Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 238 —
II.
Grafschrift.
Ilicr leyt Don lan, hoochduyts-gheboreu,
Eenen bastaert verre bofaemt.
Die noyt sijnen vader cn kenden te voren.
Dan was keysers sone ghenaemt',
So suleke nichten, onbeschaemt,
Ghecrne dc beste roeken kiesen:
Wt alsulck eenen stock ghy quaemt,
O landsstraf, die wy gheern Verliesen.
Ily was in de spaenschc landouwe
Opgevoedt met het vuyle soch
Van d'inquisitie, voestervrouwe
Van tijrannye ende bedroch;
^Machiavcllus was tot noch
Zijn schoelmeester, die hem leerde
Liegen, bedriegen, moorden, doch
De paus zijn herte g'heel verkeerde.
Op desen voet is hy ghecommcn
Int Nederlant, als goeverneur.
Vermomt en verciert met schoon blommen,
Van soeten rcuck cn schoon coleur;
lly speeld' cn fluyt' als longeleur.
Om in credit zoo tc ghcraken,
En dacht, als wy sliepen hier deur,
Van ons all' Argus te gaen maken.
1 Men gunde den armca bastaart zelfs zijn vader niet. Zyne moeder
vras, als bekend is, Barbara Biumberg, van Rcgensburg, later met den
monslerraeester KegeU te Brussel gehuwd , die haar bij zijn dood
1569) met veel schulden bezwaard achterliet. Sedert berokkende hare
behoorlijke verzorging den koning en Alva, den laatsten vooral, een on-
peloofclijken last; met veel moeite wist hij haar tc bewegen zich naar
Geut te begeven, waar zij op vrij weeldcMgen voet (men zie hare huis-
houding in de Corr. de Fhil. 11. II. p. 203) leefde; Filips had haar
gaarne in Spanje in cen klooster geliad, maar daar was zij bij geene
mogelijkheid toe te l)rengen ; zg wrist wel, zei ze, hoe men daar de
vrouwen opsloot. De koning, schreef Alba elders, moest eens weten
wat een hoofd die vrouw had; zij was wel het koppigste wezen dat hij
immer had gezien. Hij sloeg eindelijk voor, haar, onder voorwendsel
vau een reis naar Antwerpen , naar Spanje te voeren. — Zie de aangeh.
Corrc.'fp. II op verschillende plaatsen,