Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 18G —
De Spaengiaerts alghelijcke.
Die zijn uu wt het landt.
De Walen my oock afwijcken,
Zy laten my hier te pandt;
D'Overlauders moeten v'ransen
Wt allen steden nou,
Al dräghense ^oote lansen,
Zy hebben nient-daer-t sou i.
Al vanden raet wt Spaengiën,
Brp.eht ick een valsch bewijs,
Den prince van Oraengiën,
Die soud' ick maken prijs;
Neerlant wou 'k dwinghen laten,
Boven Duckdalf scer wreet.
De steenen vandcr straten
Vallen my nu te heet.
lek dacht, in korte dagben.
Mijn naem te zien vermeert.
De kans is omgbeslaglien,
Dus word ick nu onteert; ^
Brabant, Gelder, en Yriesen,
Zy vallen my al af.
Dies moet ick nu vcrlicsen,
Men acht my niet als kaf.
Adieu, Amsterdam vrome.
Die ons getrouwe zijt,
Ick dacht u toe te comcn,
In eenen korten tijdt;
Op Hollant woud ickt waghen,
Yn Zcelandt ooek ghemeyn,
Het hladt is omgheslaghen,
lek laet u nn alleyn.
Ick had ray hooch vermeten,
Ick kende my veel te stout.
Den prins woud iek opeten,
Zonder niostaert oft zout;
Op my doet hy niet passen,
1 Verg. over hol vertrek der Duitschers uil Antwerpen
lladz^ 213.