Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 235 —
Uon Jaus veiiegeiilieid.
[Vcrgcl. de Nederlanden onder Filips II. bl. 150.]
Al naer ecn groot verblijden,
Kompt wel een droefhcyt na,
So schiet my nu ten tijden,
Sprack don Jan d'Austria;
VVt Italjen, sonder schromen ,
Tooch ick 't Ncderlant in,
Was ick daer niet gcconicn.
Dat waer wel mijnen shi.
Met veele loose listen.
Die reysc ick aennam,
llield my stil sondcr twisten.
Tot ick in Brabandt quam;
Ick dacht hacr te betraiien,
Met cencn valschen moet,
Ghehjck den wolf dc schapen.
Den vos de hoendrcu doet.
Waer ick weer wt den lande,
lek quammcr niet weer in,
Ick ghcracck heel te schande,
Dus treurt mijn hart cn sin;
Ick docht: men sal my croonen,
Te Brucssel in dat hof.
Men acht my gheen twee boonen.
Dus heb ick klcyncn lof^
t'Antwerpen, opt casteele,
Daer had ick my ghepast.
Dat landt tot mijnen decle.
Docht ick te houden vast
't Gasteel is afghebroken,
De knechten zijn daer wt.
Op my soo doen sy koken,
Om my tc maken de bruyt.
1 Verg. de Nederlanden onder Filips II, bl.301.
2 Zie boven, bladz. ^24 aant. 2.