Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 233 —
gewesene arÜllcrymeister van onse voer verslagen leger,
und nu goevenioer van Grcveliugen, dieselve Stadt verra-
den und iu handen van Don Johans volck gelevert hebbe,
dermate, dat eergisteren tegen den avent M. de Liques,
van den voersz. Don Johans wegen, met duisent mans daer
binnen gelaten sijn solde, waerdurch: tot onser aller groet
leetwesen i: geheel Flanderen iu groeten onlost eu on-
koesten geraden wert." Brief uit Antw. van 13 April, in
van Hasselts Stukken voor de vad, //w/.-III. 307.]
1 Men xiet beide gcluigan , brief en rijmpjen , zijn het over het feit
en zijne gevolgen blijkbaar eens, maar beourdeelen het vaneen geheel
verschillend standpunt.
De dentenaars in Ypercii.
Op Sint Margrieten-dach, ghenaemt die felle,
Quamen binnen Iperen die van Gent rebelle.
[12 July „vertrok uit Ghendt den Heere van Assche
(Willem van der Kethule, Ryhoves broeder) met twee ven-
delen voetvolk..... (die) zijnen weg nam naar Iperen, al-
waer hy, door heimelijk verstaut met eenige borgers, met
zijn krijgsvolk wierdt ingelaten, cn terstont de wet ver-
maekte. Daer wierden twee mannen in zijn inkomste
doodtgeschoten; het Bisdom en de huysen van eenige Ca-
tholijeken wierden geplündert, en den hoogh bailliu, den
pensionaris, den griffier, en meer anderen wierden gevang-
en." (Ghendtsche Gesch. IL 3k)]
De geschoren hoop.
[„Alle ontzag geweerd zijnde, zoo hoorde noch zag
men niet anders als schimpschriften en oneerlijke liede-
kens , tegen den Pans, tegen de kerke, tegen de Catho-
lijken cn hunne ccremonicn cn deze noemden zij supersti-
tie, afgodistcn, Babyion, die groote hoere, en de Paus
Belsebut en Antichrist."^ Dc Kempenare, bl. 106.]
1 Verg. boven. 1, bl. 29^-312 en II. bl. 24-30,