Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 228 —
Oorlof, Clacs, Lenaerd, Hanskeu en Rommen,
Zwijgt nu als stommen. Én sneuvet nict meer;
Op uw potkin Es niet meer te brommen,
Gy moet doch al kommen Tot uw rechten heer;
Gy gingt stampeyen Op uw kalseyen.
Nu stady en siet als een gattineCO,
Springt uittor mute, Aen 'tveer met een sehnte.
En roept: Calle kikt ute, zoo Lieven dee.
Geuzen Hellevaart.
[Roomsch weerdicht uit Gent, verg. boven bl. 204.]
Lestens droomde my, daer ick lach cn sliep,
Dat Lucifer t' sijnder poorten uutriep
Ecn vry geleye voor heeren cn vrauwen,
Dat clck zau comen op vast betrauwen.
Alle die helle (deur) was vry gheleye,
Eick moght comen bezien die heele contreye;
Dus liep 'tvolck derrcwaerts met grooten ghetale,
Ick liep oock mede, docht my, tot in de zalc;
Daer sach ick wondere, groot boven maten.
Het zatt daer al vol Guessche soldaten.
Schelmen , moorders, cn beelde-schinders,
Kerckroovcrs, die ghemacet liebben veel schamel kinders.
Apostaten, ministers met haer valsche doctrine,
Boer-straifers, piraten, lantloopers ten fyne,
Paep-etcrs , sacramentschenders , cn maeghdevercrachters,
Van God en zijn hclighen sprekende vcel lachters.
Hiermede wande Lucifer gaen liauden ziju feestc;
Omdat elc duvel zau bly zijn van gheeste.
Zoo hftdde hy den heischen beer gheslagen,
Doe moesten die eleyn duvclkens al peinsen draghen,
Al die weerelt deure an Calvinus* ghesellen;
Ic en zau dwonder niet al connen vertellen.
Den last, die zaude my veel te zwaer zijn; —
Zy zijn zot, die ghelooven dat droomen wacr zijn.
Ick zach lïrederode gaen met capiteyn Wust
1 Kapl. Worst» tie boveu, bl. 40.