Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
Prince, hadt ghy met elckanderen tc rade ghegaen,
Ghy zandt den Priüce wcl hebben ontfaên.
Hem presenteerende zeiver ende gaut;
Maer neen, ghy hebt op uws zelfs wijslieit ghestaen.
Al lijdt ghy nu smerte, ghy hebbet u zeiven ghedaen.
O, Ghendschen'leeuw, hoe keudy nu u zoo staut!
De ziecte quelt u ende ghy zijt van jaeren aut,-
Wat jeught ofte vreught cunt ghy nu verwerven?
V leden werden teer, u lichaem wert caut,
Ghy gaet in 'tperijckel, eylacen, van sterven;
Wt compassie zcgghcn wy, als broossche scherven:
Den Ghcndschen leeuw, enz.
1378.
De aartshertog Matthias.
I.
O Heere God almachtich,
Eeuwich ghebenedijt,
Weest ons doch nu gedachtich,
In desen beuauden tijt!
Want ghy alleen, eu anders geen.
Onsen verlosser zijt.
Duckdalf die quaui wt Spaengiën,
Met macht van volck seer groot.
Den prhice van Oraengiën
Dit hoorende, hy vloot,
Egmont seer bou, die brack de trou.
En brocht hem selfs iu noot.
Alle Duckdalfs verlanghen,
AVas de thienden penninck schier,
tEn was niet dan om brenghen
Dees landen in zwaer dangier;
Maer de Brusselsche raet, die deden hem groot quaet,
Dies moest hy ras van hier.