Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 215 —
sear feestelijk cn met groter blijdschap ingehaelt..... Hij
hadde voor sijn vertrek de sake der satisfactie so beleid,
dat hij hem daervan wel versekert hield" i. BorI\
Genadige hooehgebotcn vörst, pHncè excellent.
Wiens lieerlicke fame in den hemel vlictit,
Wien God als een voorvechter zijn hulp heeft toeghesent,
Die meer door goetheyt én een licffiek ghesicht
Vermach i dan door tyranny due d'Alba, den booswicht,
Oyt in dees ous vaders stadt conde exploicteerén ^
En door zijn spaensche bloethonden heeft aengericht;
Want al hèbt ghy, ghéiiadighé vóïst,- moeten absenteercu,
Eu laten tegens u wil ons burgers oppresseeren,
Nochtans en heeft ons Pharo, door sijn gewelt,
U priuoelicke liefde, u barmhertich converseèren,
Só wt ons-liên harten niet aen d'cen zyde gestelt.
Of wy en hebben d'ueren ws afwcsens getelt;
Weest dan willecom prince, aller èeren weerdich.
Die noyt zijt bèVönden blowgierich noch höoveerdich.
Den alraachtighen God, wiens ooghen het all'deurstralen.
Weet dat wy lang hierna hebben gesouhaiteert,
Om u vorstelicke genade weder in te halen.
En te biddeii u excellentie hem daer toe verneert,
Dat hy over ons, als hy plach, voortaen regeelrt;
Al hebben wilde dieren in u plaetse geseten.
En obstinätelick tegen n' excellentie gerebelleel-t,
U geboden veracht, ü êtatuyten versmeten.
Nochtans hopen wij, dat ous niet en zal worden gèweten,
Want u te versetten nemmermeer ons wil is geweest.
Oft oyt gheavoyeert des wreeden tyrants ontheeten.
Dan üod heeft, met desen troebelen tempeest,
U zijnen David willen proeven aldermeest;
Weest dan willecom, enz.
Comt dan prince, wy roepen met stemmen, hert, en gemoed:
Weest willecom, waerdich als coninek te zijn gchuldt;
Weest willecom, den tweedon Davidt, edel bloedt;
Weest willecom, wicHs gcaiadc het al vervutt;
1 Zij kreeg iu Okt; haar beslag.