Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Qu-
ick salsc iiocli bedriegen door mijn maiitic,
En met cracht de roomsche superstitie
Over al iuvocren, also ick heb geraemt;
Hier toe sal ick gebrnycken spaus munitie.
Want ick ziju liefste kint ben, Altezc genaemt;
Hollandt heeft zijn heylige wetten gcblaemt,
Maer ick sal haren thuyn noch elfen paden.
Tot lof on prijs des heyligen paus befaemt.
Door wien wy zijne kinders worden geraden;
Exempel aen Vranckrijck ende Granaden,
Soo ick hier te lande mede heb begonnen;
Ick bid alle herten, die oyt Sauten aenbadcn,
Eu spaus pardoenen oock hebben gewonnen,
Dat sy my haer gebeden mee willen ionnen,
Met lesender horten oft met een singhende bly stem.
Opdat de ketters door list worden verslonnen;
tKoomsche spreeckwoort is geroet, tmoet ziju gesponnen :
Uereticis non. esse servandam fidem.
Waarschuwing tegen Rome.
Ghy voesterheeren des lants wüt toch betoogen.
Dal gy Gods eere eu slants welvaert bemint,
't Kint der verderlTenis * wilt niet knger soogen,
Want gy meugt als Argus sieu met hondert oogen.
Dat u, zijn eygen voester, te verraden begint;
Hoe wildy dan opbringen sule schadtlick fint,
En laet u van achter en voren beschijten ?
Ja, indien ghijt niet en volgt, soot is gesint,
tSal u al suygende den boezem afbijten;
Scheyter af in tijts, latet hoerekint krijten.
Want waert oyt ghevoestert is, daer en was geen ruste,
Hebben zijt in Schotland niet moeten wtsmijteu,
Dattet so lach en tierde, bloetgierich van durste ?
Omdat coning Mary ^ het ooc vijf jaer kuste,
Hevet niet gestelt heel Engelaut iu roere? —
1 Het roorasche geloof.
2 Maria Tudoor (1554-1558).