Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 210 —
Om weerstacn do spcckea oft spaensche beeren;
tSchecn dat wy'ganschelio waren vermant,
Maer den barmlujrtigen Godt, den Heer der Heeren,
Die heeft zijn hooge glorie willen vermeeren.
Door n, keyserlijc bloedt en prince excellent;
En quaemt by ons om hare tyrannye to keeren.
Van Godt gesonden zijnde als zijn instrument;
dApostelsohe religie is bij ons present,
Wy gebruycken ons oude wetten eude statuyteu,
In spijt der inquisitie, als thols serpent,
Waer van ons vianden zijn knechten en guyten,
Soot blijct aen haer moorden, rooven, en ruyteu;
Dits ons besluyten: Godt wilse beschamen,
Tot zijnder gloriëu inder eewieheit! ameu.
Hm Ivan tot si^e Don,-Iaunisten:
Wat sal ic nu seggen van dees Albanisten,
Wat dou sy hebben gehadt een dwaes beleyen,
My dunet dat sy slachten de Alchgemisten,
Doen sy so schandich moesten wt Hollandt scheyen,
Twintich duysent Spangiaerts, ick moet verbreycn,
Sijn door neerlage gecómei\ pnder de voeten.
Als ick hierom denck moet ic inwendich sehrcyen,
Datmen don Lpuijs, als eenen botten cloetep.
Met zijn groot hoojt in desen thuyu sach wroeten,
Daer noch wt seheydendc, seker tis wat moya;
Ey, ick en salse hier poch inder hellen gropte'n.
Want al haer gouvernccrcn is een handt vol hoys,
Sy hadden met haer Hcnegou en Artoys,
Brabandt, Vlaeuderen, en meer ander landen.
Dan ick swcjere duysent cedeu met een gramme voys,
Dat ick dé Staten sal brengen iu banden,
Met tyrannich mporden, rooven, en branden;
Somtijds sal ick haer oock een soet lietken singen,
£n groote logens liegen, al wacrt my ter schänden,
Ick sal wonder beloven, maer niet óen volbringhen;
Mijn conscientie staet vry in alle dinghen.
Door tabsolveren van dinquisitie;
Al willen de Staten wat tegens my springen,