Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 208 —
Vcrwinnors zijn tegens ketters vol ealagniën.
Al hadden sy tot hacr noch coninghen sesse,
Ja allen de vorsten van gantsch Almagniën.
Al verhalen sommige voor een seker lesse:
Cremt immensem quod nada solebat esse,
En willen den prins tot meerder liooeheyt dringen,
Wy achten sulcx weerdich een oude tesse;
Maer willen devotelijc als lofsanck singhen:
Als S. Jacob voor ons bidt, wie sal ons dwmghen ?
Be maecht oft nimphe van Hollandt tot hare andere susters:
Seer lieve susteren, beminde van herten,
Laet ons overdincken en mercken wijselic,
Tot wat schande, noodt, allende, en smerten,
Wy gheeomen zijn door moorders afgrijselicj
Dees wtlantsche natie misprijselie ,
Machiavellische oft barbarische mooren,
Sijn sommige burgers noch veriohjsclic,
Eu wij moeten den naem van verraders hooren;
Decs na1ic sonder ondcrscheyt .willen stooren
Alle godtlijcke en keyserlijcke rechten.
Ons dochters maken sy tot hoeren en slooren
En roemen haer te ziju catholijcke knechten!
o, goede Godt! siet neerwaerts en wilt voor ons vechten,
Wilt ons eenen Gedion of Hercules senden,
Tegens dees monsters en polyphecmsche knechten,
Oin Gerionis lionden van ons te doen wenden,
Want moordenaers soecken altijt te schenden.
Den prince van Orangiën tot alle goede patriotten;
Edel baroenen, ridders en heeren vermaert.
Vrome burgers, cn constige geslachten,
Ghy rijcke coopluyden die nu zijn beswaert.
Grijpt eenen moet en laet u dus niet verachten
Van die u met moordt eu brandt willen vercrachten.
Ja, niet en soecken dan der gemeenten geschrey;
Sy verachten pays, hout dit in n ghedachten,
Heur verschrickelic leven is menigerley.
Hierom weest vroom van herten; Ie maintiendraij,