Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 207 —
Hoc Ulijn domiimtie wordt verdreven.
Hoor tic afvalliclieyt der roomscher kereken;
Twee zijnder gebleven die na my herken,
En ondcrdanich zijn mijn gebodt en wetten.
Als mijn sonen in Clu:isto, tblijct aen haer wercken;
Deen is den Eranchen coninc, wilt hier op letten.
Den anderen van Spagniën; dees twee cadetten
Leven loüijck na d'inquisijtsche zeden,
Haer faem heb ic willen boven dander setten;
Deen dAlder-Christelijcste niet sonder reden,
Dander wordt de Catholicste beleden.
Door verdienste crijghen sy deze statie;
Omdat sy my voorstaen in landen en steden,
Staen dese in ons vaderlijcke gratie.
Wie tegens haer is, tsy van wat natie.
Sullen door onsen ban verdoemenis dragen,
AVant in dees twee Sonen heb ic een welbehagen.
Duc Dalve tot zijn CathoUjcxscJie soldaten i
Ben ic nict een trouwe knecht cn weldader
Des heylighen paus en zijne prelaten?
Is hy ooc niet ons eenighe aerdtsvader.
Die my ghebenedijt heeft met mijn soldaten?
Sijn Heylicheyt en wordt van ons niet verwaten,
Sijn hierarchia willen wy zijn onderdaen.
En dootvianden der Nederlandtsche staten,
Oni te moorden menich ketter en Luytriaen;
Als lloomsche enghelen willen wij voorstaen.
Om dc nieu bisschoppen te confirmeeren;
Dc lesuwijten sullen mede ontfaen
tWerelts eere en in rijcdom gaudeeren;
De vier biddende ordens sullen ooc Üoreeren,
Met alle devote herten, vroegh en spa.
Dus mogen sy wel singen, sonder cesseeren:
Missus est Dux Alm, spes nostra,
Frecedens in fide Catholica;
Al resisicert ons den Prius van. Orangien,
Lo que el puede hazer no es nada.
Door d'inquisitie sullen die vau Spangicn