Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
1340.
Als mcu mccc scrcef
Ende xl elfen, doe bleef
Menieli man doot int Swin,
Op Sint-Jans-avontmeer noeli miti,
1 Dat U (lo dag voor Sint Jan.
[In den zeeslag namelijk tussehen de vereenigde Eiigel-
sehe en Vlaamsche, ea de Eransehe vloot, waarbij de gC'
nen den zege behaalden.]
1345.
Jakob van Artereide.
Ilct was op eenen maeuduch
Eenen maendach aisoo vroecli.
Dat mijnheere Ser Jakob
Tot syue gesellen cloeeh (?),
Hy seide: „mijn lieve gesellen,
"Wij moeten gaen uit dat lant,
Ende trekken op naar Brussel,
Naar Brussel al in Brabant."
Doe sy naar Brussel wouden
Ende de Heeren quamen \iji- —
Sy vonden mijnheere Ser Jakob
Geschoten al door zijn huid.
[Dit, waarschijnlijk veel verminkteen verknoeide, volks'
rijmpjen werd uit de mondelijke overlevering (door Willems;
opgeteckend^ als het eenigste, wat ons van een gewich-
tig t^dstipcn een belangrijk man is overgebleven, nemen wi
bet op. — Het schijnt Artevelde voor te stellen nu he