Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 198 —
Die burghers wordeu iu orden ghestelt.
Tegen de Spaengiaerts vals van gronden,
Sy schoten so nienigen schoot met gewelt.
In alsoo corter stonden;
Zy hebben geschoten de kerck in sticken,
Zy gingen Ihuys wel dapper opschickeu,
S. Martens toren is onder gevallen,
S. Jacobs toren, soomen siet,
Die staet soo swaek gelijck ecn riet.
Men siet de clocken allen.
De borgers quamen gelijckerhant,
Zy wilden tesamen stormen,
Zy brochten ghesehut aen eenen kant.
De Spaengiaerts doken als wormen;
Zy hebben daer soo dapper gheschoten,
So dat het de Spaengiaerts leeft verdroten,
Zy ghmghen parlemcnteeren,
Zy gavent op, al mctter spoet *,
Om te behouden lijf en goet,
Wt te trecken met haer ghewecren.
Het ghebem-de op eenen ^Manedach,
Dat die Spaengiaerts wttoghen,
Zy trocken wt met al haer macht,
Alsoomen sach voor ooghen,
Soo menighe burgher die dit saghen;
Daer quamen seveneatwintich waghen.
Die moesten haer bagagie voeren,
Sy moesten al te voete gaen.
De Spaengiaerts spraken niet te verstaen.
Met naere spaensche hoeren.
Vierentwintig van tweehondert wt Vreburch quam.
De eerste was Madama vrou Vuylen,
De een was kreupel, d'ander was lam.
Den derden begost te muylen,
1 Niet geheel juist. „Voluit Bossuvius ut tamquam dedita arce exce-
deret .... Avillanus id se facturum negavit .... quare Boss, verutus ue
graviora acciderent, coaditionem recepit; eique promittenti, quod arcem
regiae Maj; nomine ad mandatum Austriaci custodiret, ad 23 Febr. eu»
suis excessit " (^Mcmovinle hist, in Dodts Archief, 1. 193.)