Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 194 —
Die iyranuighc boose Spaengiaerden,
Die man, wijf, noeli kint en spaerden.
Ken werck laet ons volbringhen altyt.
Tot Godes en des conincx proffijt.
Het lant in peys en vrede te bringhen,
tWeIck God de Heer ons wil ghehmghen.
ÏViet vermoghen wy buyten Godes macht,
Laet ons slechts nu acncleven eendracht,
Ick liope dat Vrieslant sal bedancken
Haer capiteyn , als d'instrument der craucken.
IV.
(13 Maart 1577.)
[„Tot Groeningen was sulken vreugde, met branden van
pektonnen, dronken drinken en anders, datse St. Martens
toren in brand brachten..... Dit deden (schrijft een uit
Groeningen) de ingekomen Gereformeerden almede, iu
plaatse datse God gedankt, gelooft, gebeden, cn gcvastet
souden hebben." Bor.]
Hoort toe, alleghelijcke^
Van vreuchden een nieu liet,
Van Groeningen die stadt rijcke,
Voorwaer ick lieghet niet;
Men sach daer triumpheren.
Door al die gantsche stadt,
Tsavonts te seven uren,
De teertonnen branden radt.
Op een vrydach sonder logen.
Int ses en tscvenüchstc jaer.
Die Walen wt Groeningen togen.
Veel blyschap was aldaer;
Meu sach van vreucht ontspringen.
Over die straet, cleyn en groot.
Die thien jaer ons straten begingheu.
Zijn wy van verlost bloot.
Meu sach daer vreucht hantieren.
Met de clockeu cleyn en groot,