Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 193 —
Die ick selfs, nae mijner maeht,
Gepijnicht heb en gewont dacrby.
Als eon beul seer onbedacht.
Och, waer ick 's Prineen gevangen ,
Dat ware wel mijn groot verlangen ,
Maer nu sorgh ick seer voorwaer,
Dat zy my sullen hanghen,
Boven alle dieven daer.
Adieu, mijn vrienden en magheu ,
Adieu, mijn lieve zwagher.
Wijf cn kinder oock daer by;
Adieu, liet kost mijn kraghen,
Ghy suit volghen, sorgh ick, my.
III.
(George van Lalaing — later graaf van Rennenberg ~
bleef den hier hem in den mond gelegdcn woorden weinig
trouw.)
Georgen van Lalcyn ben ick ghcnant;
Om de Spaengiaerts te doen wederstant,
So wil ick waghen goet lijf en leven.
Ter tijt ick die tyranny heb verdreven.
Ernstelijck is alle mijn opset;
'Voor mijn vaderlants previlegy en wet
Wil ick vromclick tot den doot gaen strijden.
Den coninck naest God eeren t' allen tijden.
Ondcrsatei), wilt my ghetrouwe zijn;
U eapiteyn sal, als een goet herder fijn,
Weyden zijn schapen in lieflijeke weghen.
Niet scheerende ghelyck u herders pleghen.
Kijckdom, noch alle dit aertsche schat.
En soecke ick niet, cen verganckelyck vat;
Geit en goet zal my nemmer ghebreken,
Soo ick in die gherechticheyt blijve steken.
Chy, adel deslants, zijt hiertoe ooek bedacht.
Dat ghy wederstaet, met ganscher macht,
II. 13