Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ _ 180 —
Dc Spaeniaerts wrect Zeer vreczelijckc tierden;
Met moede heet Sy al dc stadt pilierdeu;
tZelver en tgoudt Deelden zy daer by pondon.
Al in dat Aniwerps wout Es gheen ghenade vonden.
In also groot bedwanek. Houden zy tvolck zo stranck.
Zeer wreet zy tormenteeren, Iilet alle groot ghepijn;
De lieden die daer zijn, Sy alle ransoenncrcn.
Noyt meerder afgrijs En was; hoort. Christen-zielen,
Meer dan te Parijs, Doen zy daer dbruloft hielen.
Met claer expres, Segghe ik u, onverbonden,
Noyt moort en es Als tHantwerpen gevonden.
Bid God met sinnen vroet, Dat hy ons princen goet
Bystant doet onbezweken, Dat wy mueghcn het quaet,
Al van den spaenschcn racd, Seer haestelick versteken.
III.
Al ben ick desolaet en bedroeft Inwendich,
aiochtans en wil iek (indient peys is) treuren Wiet,
Tis my valsehelijck berooft met verraodt Behendich,
Waerom sochtmen twist opt landt dwclck
tot vrede Riet?
En dat moest ick ontgelden, eylas! soo elek A cnsiet,
Koovende mynen rijckdom met moorden en Branden.
Patientie met lob! Och, oft met my Afliet,
En dat do blinde sacghe! Ick cn wytet Kicmanden,
Wiet dan die my leverden in des woliïs Tanden.
IV.
Ville tant magnifique D'Anvers, plore à ce coup.
Car ta riche trafique S'est perdu de beaucoup ;
Ville tant estimée. Les parques ont mal faict
De t'offrir tel mesfaict; Do Flandres ville aimée.
Las! tu as bien souffert Du mal qu'on t'a offert.
Vous, messieurs de la ville Et du lieu gouverneurs,
Que n'estiez vous agilles De rompre les fureurs?
Dos Espagnols l'armée, Que voyez devant vous,