Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 42 —
Te dinen scanden
Syn dine tanden
Hem comen so bi.
Ie rade di, kere!
En com nemmermere
In des Evers pas.
Ende, om dat gi MÜt
Scoren sinen seilt
Zo haver das!
[het Everzwijn:]
Ie ben die hertoglie van Brabant;
Bi den Ever ben ie genant.
A'rient ende mage gaens mi ave.
Sonder van Baren die edel grave;
Alle dragen si op mi haet.
Mijn antwoirde nn verstaet:
Dit gedreieh ende overmoet
En is eerlie noch goet;
Mer is dat ghi immer wilt
Nu duerhouwen minen seilt.
So trect te velde op enen dach,
Ende neemt daer des u werden mach.
Somtijt so heb ik bescut
Sulkcn, die hier steit geeut,
Ende sine tanden te miwaert dreget;
Hi lonets mi also mens pleget;
Mer wat dooch al dit gebrone?
Dat ghi verloort voir Woeronc,
AVaendi dat verhalen nu?
Ie hoop ie saels nu jeghen u
Also wel verweren, hier ter stede,
Als mijn goede oude-vader dede.