Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Doeu geschiede talaerm, Noyt meerder ghecaerm
Eu hoordcmen, ochacrmen! Oudt, ionck, deen, ende groot,
Sloeghcn die Spaengiaerts doot, Sonder eenig ontfacrmcn.
Dat garnyzoen Zaghmen den strijd anvcerden;
Eraey ende coen Zy hemlieder al weerden.
De borgers fraey. Die deden, sonder zwijckcn.
Die Spaugiaerts taey Tweemael vau de merct wijeken;
Maer de slp.choorden brack, Als de Spangiaert sterck aen track,
Zy waren ongenadich. De sommighe weerden hun ook,
Maer sy bleven oock al doot, Van de Spangiaerts moordadich.
Met, zwacr gedruus, Quamen zy dan ten stonden.
Tot voor tStadthuys, Daer de ghulden in stonden;
Int sclüeten vry, Sy gheensins en cesseerden.
Vcel Spaengiaerts zy Door dat Stadtliuys myneerden.
Als die Spaengiaerden dan Niet en consten daer an.
Zo hebben zy begonnen, Aldaer te steken tvier, (ncn.
Doen brande tStadhuys schier. Dns waren die borgers verwon-
Daer zijn verbrant, Duer des Spaengiaerts confuysen.
Al op den cant. Al van seven hondert huysen;
Soo menich man Ea wijf sach men daer blijven
JJeur tvier alsdan, tis druckehck om schrijven,
Duer tdruckehck bcdwanck, Veel volcx ter stadt wt spranck,
Eu sijn int water ghesonken. Veel kinderen ghesont.
Die zijn als dan ten stout' In smocders aerm verdroncken.
Monseur Davré *, Dit* spranck oock, sonder treuren,
Met Sampeni2, Van boven van de mueren:
Naer Vlissynghe de Stee, Zoo namp hy daer ziju ganghen.
Eggemont, vul vre. Es daer binnen ghevanghen ^
Ses duysent mannen reyn. Zoo bleven daer int pleyn.
Al van die spaensche sneezen; Nu zijn die kaken saen
Besproeyt met heeten traen Van weduwen en weezeii.
te rusten en te eten, maar tij andwourddcn dat «ij bf iu 't Paradijs ron-
den middagmalen of avondmuteii in Antwerpeo ; zoodat sij dadelijk de ver»
sterking in de straten wilden aantasten ; waarom bevel gegeven werd aan
al hun jongens , om een bos stroo iu de haud te uemeii, om brand te
stichten waar *t noodig was/'
1 De markgraaf van Havré, die aau 't hoofd tier Slaten-troepen iu de
«tad was gekomen.
2 Champagny, de Stadvoogd.
3 De oudste zoon des onthoofden , Filips , Mians der Landszaak vnrig
toegedaan , maar die in 1579 's koiiings zijde koos.