Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Maer hoe zijt gy gevallen,
O konineklijeke stadt!
U neeriugen, die smallen,
U huysen liggen platj
Dit heeft gedaen den vader
Der tyrarmen verwoet.
Due d'Alf, een spaeuseh verrader,
Gierigh na 't Clu-istenbloet.
Hy heeft oock doen ontstolen
Dc croone van u hooft.
En maeckte den moorders holen ',
Die u nu hebben berooft;
Veel sagh men daer doen singen
Van vreughden Neroos liet.
Nu moeten die oock springen.
En zitten in 't verdriet.
In de maent naer October,
In November den vierden dagh,
Wert gy besprongen sober.
Door 't casteel, sonder gewagh,
Met vier duysent soldaten
Van den Antichrist verwoet.
End' noch duysent piraten
ïe peert, zijt dit wel vroet.
Al dees spaensche bloethonden
Hebben u bestormt fel,
Soo dat sy daer doorwonden
Mcnigh redelijck gesel.
Die u wilden beschermen,
Als een maget eerbaer;
Maer, Godt moet'et erbermcn.
Uwen val volghde naer.
Als sy hadden gekregen
De schans tegen haer gestelt,
Soo veel zijnder doen verslegen,
Datse nict cn sijn getelt;
Het roepen ende krijten,
1 Het Icaslücl.