Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- m -
Ghy moet lydeu die groote pijn;
Hierom soo moet ghy treuren:
In Maestricht binnen der muercn,
Ghy cn woudt ons niet laten in."
Och, is daer dan gheen genade?
Riepen die arme jonckvrou wen fijn; —
„ Hanghen ende te branden ,
Dat zal u ghenade zijn." —
Een steenen hart mochtet arbarmen.
Och, wy en hebben doch niet misdaen! —
„Het en baet kryten noch karmen,
Ghy moet sterven, rijck ende armen,
Ghy wilt ons Spaengiaerts al dootslaen."
Doe hoordemen de burghers spreken:
Sulcks en hebben wy niet verdient; —r
Doe gingense haer met zwacrden doorsteken:
,,Alsulcks soo zal u al gheschien."
Wistet die coninck van Spaengiën,
Spraken die borghers goet,
Wistet die coninck in zijnen lande.
Dat ghy ons doet sulcke schande,
Ghy soudet betalen met uw bloet.
Op eender nacht hebben zy begonnen;
Doe het quam aen den lichten dach,
By 400 borghers eu duytsche knechten
Vermoort al op de straten lach,
Bchalven vrouwen en cleyne kinderkens,
Dcse waeren beschreven niet;
Daer laghen zy als honden,
Als of se de wolven hadden verslonden,
Sulcke moort is nu ghescliiet.
Zy sullent noch beelaghen,
Die de poorten op hebben ghedaen,
Zy worden selver doot gheslaghen.
Dat was den danek, die zy hadden ontfaen;
Een vendel Duytsche knechten i,
! Minder juist: dc 4 vendelen Duitscbers stelden ztcli op'tSt.Serva.is-
plein in stag-orde , maar gaven zich aan de Spanjaarts over, liun ofiicieren
tle scltnld gevende, dat zij de xijdc der Staten gekozen hadden.'' Mendo^a
p. 339. Verg. Uor.