Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Tot Maestriclit, wat Icyder maren!
Vande moort die daer is gheschiet.
Men mach het wel bewenen,
Aende Spaengiaerts wreet en quaet;
Zijn dit trouwe Conincx dienaren,
Die de landen soo vernielen.
Als zy tot Maestricht hebben ghedaeu!
Hoort wat de Spaengiaerts deden
Aende eleyne kinderkens, voorwaer,
Zy stakensc aende spicssen,
Doorhiewense met zweerden aldaer.
En toghense levendich van malcanderen,
Soo deden zy die groote moort,
Zy moeten ruymen met schänden.
Al wt decs Nederlanden,
Sy willen ons doch alle slaen doot.
Vrouwen gaende zwanger van kinde.
Die namense levcndich byden haer,
Eu bondense aen eenen linde,
Was dat niet groot misbaer ?
Mijn hert, dat is in sorghen.
Van rouwe soo blijf ick doot,
Zy gingense de straten langs slepen,
Ende hebbense int water ghesmeten,
tKint sterf aen des moeders lichaem doot.
Noch ginghen zij 'tdus aenstellcn.
Al binnen der selver stecd.
De mans, die ghinghen sy quellen,
Alsmen de vrouwen tc voren deed;
Haer lichaem hebben sy opghesneden.
De straten waren van bloede root,
En ginghen van binnen besoecken.
Oft sy hadden 't gout opgesloccken,
Om het ghelt deden sy die moort.
Men hoorde schreyen en karmcn.
Koepen om ghenade, cleyn en groet:
Och vrienden! laetet u erbarmen.
Wat ghy aen ons doch doet! —
„Ghccn ghenade eu mach u ghebeuren.