Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Gliy siet aen ons een schoon figuere.
Dus en sprecckt doch niet alsoo bout:
Want wy worden verjaecht, verdreven,
Ons ontschuil wort oock niet ghehoort,
Jae, veel moeten laten haer leven.
Omdat wy leeren Godes woort.
Vraghe. Tot Brussel hebben wij versleghen *
Vcel Spaengiaerden, verstaet dit wel,
En ses Walen zijn daer dcurreghen
Van ons, al op de mueren fel;
In Vlaeuderen bedrijft men wonder.
Tot AVtrecht ist oock al herplant,
Om te hebben, hoert dit bysouder,
Vryheyt al iu ons vaders laut.
Antw. 'Dit hebben wy onlangs vernomen,
Godt zy daer van ghebenedijt.
Dat nu soo verre is ghecomen.
Dat ghy ontwaket soo subijt.
En met troost wilt ons hart versterckcn,
Dat ons van angst was heel doorboort.
Want het zijn al des Hoochsten wercken,
Omdat wy leeren Godes woort.
1 Zie boven , bladz. 166 , aant.
Spaansche Fiiry te Maastricht.
[Te Maastricht had zich de regering met de duitschc
troepen verstaan, om de Spanjaarts de stad uit te drijven.
Deze echter, daarop versterkt, overweldigden (20 Okt.) de
brusselsche poort; „ de borgeren weerden haer lange tijd
seer vromelyck, maer geen ondcrstant van de Duytse heb-
bende , verlosen sy haer eouragie; daer bleven vele vro-
melyk vechtende verslagen, maer nog meer in 'tvluchten;
oock blevender een deel Spangiaerden dood;.... de stad in
hebbende hebben sy deselve gcplondert, en jammerlijk mctte
overgeblevene burgcrye geleeft." Bor.]
Wat nieuws sal ick u verclaren,
Wiit hooren een droeflelijck liet,