Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Of schoorsteenvegen sonder leer; —
Is dat niet schant van sulcken heer P — Jochey, enz.
Gy, Spaengiaerts, moet nu duyeken.
Wat baet u moorden fcl,
Dat gy ons koninghs landen
Soo seer raaeekte rebel? —
Den koninck van Spaengiën is onsen Jieer,
Die roept: slaet doot de Spaengiaerts seer! — Jochey, enz.
De raad van State gevangen.
[„ (4') Sept., de raad van State in hechtenis; eeu geweldige
maatregel, op heimelijken raad des Prinsen, die aldus aan
Viglius, liaraymont, en and. huu invloed, weinig overeen-
stemmend met zijue bedoeling, ontnam." Gr. v. Pr.]
Hoort toe al te samen int ghemeyne,
Groot ende eleyne, wat nieus wort u bediet,
Lact ons God bidden om zijn genade reyue :
Die liggen in weyne, wilt hebben wt verdriet!
O "Vlaenderen en Brsbant, weest doch getrouwe,
Als vrome lantsdouwe, den prius aen elcken cant;
Bemindy de Spaenjaerts , 't sou u noch berouwen,
■ Somen mach aeuscliouwen, want sy berooven 't lant.
De Spanjaerts zijn getogen, wiltet doorgronden.
Zo 't is bevonden, na Aelst in Vlaenderlant,
Zy waren tyrannich als alle die bloethonden,
Ick moetet u vermonden, tot haerder schant.
Als sy binnen Aelst waren gheeomen,
Zy hebben niet vernomen eenich wcdcrstaut.
De borgers heliben zy het leven benomen,
Doorschoten, wilt schromen, vermoort aen deken cant.
Dit is haer gebeurt vande spaensche bende,
Ist niet groot elende diet met de doot bcsuert ? —
Daerna hebben zijt berooft als de onbekende,
Vrouwen gheschent en maecht s gevioleert.
Als sy dese moort hadden bedreven,
Woudense hacr begeven na Brucssel algemeyn,