Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Vlaenderen wouden sy dwingen,
Dc steden maken prijs.
Of zy wilden hebben betaelt.
Die leste penninck ongefaelt; — Jochcy, enz.
Die Spaengiaerts altemale
Riepen, kleyn endo groot:
Gy sullet ons al doen betalen.
Die daer zijn gebleven doodt.
Dat wy brengen de steden al onder de voet,
Wasschen ons handen in borgers bloet; — Jochey, enz.
Dc Spaengiaerts worden heeren.
Als sy quamen in Brabant,
Dat lant wilden zy regeeren,
Sy waren daer onbekant.
Dat lant was haer gegeven van Duc d'Alf,
Maer sy en kregen dat niet half; — Jochey, enz.
De Spaengiaerts, valsch van gronde.
Die hadden een raet bedacht,
Hoe sy wilden vermoorden.
Ombrengen, op eenen nacht,
Brussel, Mechel, Leuven saen.
Als sy tot Antwerpen i hebben gedaen; — Jochcy, enz.
Dc Staten van den lande.
Die lieten die trommelen omslaen.
Om ruyters ende landtsknechten,
Die willen sy nemen aen:
Die kuiders roepen in Brabant op de stract.
Des morgens vroegh des avonts laet: Jochey, enz.
Gy, Duytschen ende Walen,
Die in de Nederlanden stolt,
Wy sullen u wel betalen.
Met silver ende root golt,
Maer de spaensche heeren altemael
llidder slaen met yscr eu stael; — Jochcy, enz.
Als de Spangiaerts zijn verdreven.
Met liare spaensche knap,
Sy moeten loeren weven.
Of roepen ketellap,
I Zie beneden , bladi. 175.