Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Al boven onse hooft,
Wy Verliesen ghelt en panden,
"Wy worden heel berooft;
Och! mochtet gaen naer onsen sin,
Wy nament wel een luttel mm.
Dit cruys valt ons te suer.
Den boer, den boer, enz. Die heeft quaet avontuer.
Men gaet ons schatten en schecren,
Want het haer soo behaecht;
Of wy 't moghen ontbeeren,
Dat wert ons niet ghevraecht;
tis: brengt ons ghelt al byde pont.
Of wy seynden knechten nu terstont.
Die halent met ghewelt.
Den boer, enz. Die is qualijck ghestelt.
Wy moeten oock arbeycn,
Aen schanssen ende wal.
Het zy in wat contreyen,
Men roept ons int ghetal;
tIs: hier ccn twintich, dartieh man;
Wy zijnder al wat qualiek an,
Als men dit wil insiet.
Den boer, enz. Die lijdt nu veel verdriet.
Wy worden noch ontboden,
Dit is den meesten last,
Om de Spangiaerts wt te roden ^,
Hoewel het ons niet en past;
Willen wy behouden goet en lijf,
Wy moeten loopen al wat stijf.
Met ons gheweer al nae de schans,
Den boer, enz. Quahjck loopt zijn kans. ^
Wat wilt ghy doch veel klaghen,
Ghy boeren allegaer.
Dat ghy alleen moet draghen.
Dit bitter lijden zwaer?
Maer neen, ghy zijt het niet allccnc.
De steeman is oock int ghewcenc,
1 Zie het volgende lied.