Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 131 —
Aeahoort oen liedt, gy chrislcusoliaar,
Wat sieh heeft toegedragen,
Al in dat vijf-en-tsoventighste jaer.
Men magh het wel beklagen;
Den thiendcn October, wort Ziericksce subijt
Van dc Spaengiaerts benauwt acn alle ïijd',
Geen vietaly kondcnse bekomen.
Sy hebben de stadt gehouden langen tijdt.
Met gewelt sondcr versagen.
De Geusen deden de Spaengiaerts groot spijt.
Met haer schepen alle dagen;
Daer bleef soo menigen Spaengiaert doot.
Al waren dc Geusen iu grooten noodt,
Ziericksce dede van honger klagen.
De prius, als een getrouwe heer.
Heeft dickwils begeert te ontsettcn
Zicricksee, dat daer was benouwet seer,
Maer die Spaengiaert ginget altijt beletten;
Sy schoten de schepen al in den gront.
Van de Geusen, die soo menige listen vont.
Dan zij 't al tc seer besetten.
Daer was geen diepte, verstaet wel my,
Met groote schepen daer by te komen.
Dus hadden sy de stadt gemaeckt vry.
Do Geusen met veel daden vrome;
Maer Godt eu hecftet nict gceousentecrt,
Hy moet nochtans altijdt zijn geëert.
Op ons selfs laet ons niet steunen.
Daer was soo groten diere tijdt,
Binnen Zierickscc onder de gemeente,
Menigh vroom herte voel honger lijt,
Gelijc 't gescluct is binnen Haerlem mede;
Hoe mach 'teene vleesch dus quellende zijn
Hot ander, en aendoeu soo grooten pijn,
Daer wy ziju van éen hooft cn loden ? —
Dat doet altijt het gekroonde beest
Ende des Antichrists dienaren.
Die altijd, met ecu bloedtdorstigen geest,
Dc onnooseleu beswaren.