Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 150 —
Haer vaendels saehmeu vliegken,
Ter eeren den prince lijn,
Zy wilden liaer niet laten bedrieglien-
"Vanden Monick, op dit termijn.
De papisten quameu aenstrijcken
Voor de schansen aldaer.
De leus heten sy daer blijcken,
Zy meynden 'tlant was haer;
Den molen ginghen sy aensteecken i,
Die te Schoorl stont, al by de kerck,
Hy was ghestelt tot eeu teecken,
Vande binnen-verraders sterck.
Zy gingen daer branden en stoken.
De binnen-verraders saten stil,
tVerraet was al ghebroken,
Zy creghen niet Tiaren wil;
Haer capileyn was ghevanghen,
Met al zijn lantsknechten meest,
Die papouwen, sonder verlanghen,
Ziju vertrocken seer bevreest.
Hoort toe wat men doe deden,
Jlet dese verraders vals,
Men giuck 'den capiteyn ontleden,
Eerst brack hem de duyvel den hals 2;
Dit is glieschiet waerachtich.
Veel menschen daer hebben byghestaen,
Alsulcken loon zijnse verwachtich,
Die haer vaderlant willen verraên.
Voorts de brautstichters tc samen,
1 „Den 18den Mei is hij (Hierges) uit de Deverwijk getiocken n:
het Noorder^Quarlier tolle meelmolen van Schorel • alwacr het Toelvolk,
overmits sy so haest niet en konden volgen, sijn gebleven. En is (liij^
voorlsmet eenige ruileren getrocken na den Slapen, maer vindende de
schansen wel beset, heefl niet met allen uilgeiecht, anders dan dat het
voetvolk eenige huizen en hullen pionderden en aen braad staken , ge>
lijk sy ook de voorschieven meel-molen gerooft en geplondert hebben van
den bilstencn cn andere, en denselvcn molen mede in braud gesleken ,
en is daernae wederom na de Beverwijk gelogen." Bor.
2 ,, Koppe Kornsz. door al 't folteren afgemarteld (viel) in swij'n cn
(gaf) den geest, voor dc voelen zijner resteren, die, om hun onmcu«
schelijk bedrijf een glimp tc geven, '1 gerucht liotcn loopen dat de duivel
hem den hals gebroken had." (Wagenaar),