Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 146 --
Wy ghinglicu ons beromen,
Ons sacck stondt bed int wis ;
Ons vrienden lieten wy weten.
Dg sop moest zijn ghereet,
Wy wondense met haer eten,
tWaer Geus lief ofte leet.
Zy hielden haer sop met vreden,
Tot Nieuwe-Jaer henby.
Die Pankoecks-daghen voorleden.
Die Paeseh-eyers gingen voorby.
Die Slachtijdt giuek ghenaccken,
Zy saten noch gherust;
Doe gingen wy schepen toemaecken,
Nae beulingh hadden wy lust.
Maer doen wy derwaerts quamen.
Die Geus quam ons te moet,
De beulinck, die wy vernamen.
En smaeckte voor ons niet soet;
Te rugghe soo moesten wy keeren,
Dat dede cniyt en loot,
Bossu werde met zijn heeren,
Op worst cn beulinck ghenoot.
Voor Alckmaer ende Leyen
Heeft Godt ons knechten verjaeeht,
Hoe dat wy langher bcyen,
Hoe 't qualijckcr met ons daecht;
Nu moeten wy leeren sparen,
Of varen op vrybuyt;
Dat rijcke luyden waren.
Die eomen tot sint Reyn-uyt.
Oorlof, die nu noch leven,
Vau die daer zijn ghemymt,
Hadt ghy by huys ghebleven,
Ghy en hadt niet veel versuymt;
Hadt ghy raet vrienden cn bueren,
U lijf en leven ghewaecht.
Verwacht soet endc sneren,
Soo dat don Heer behaccht!