Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 136 --
Als sy op haer macht gingen bouwen,
Te scheep, te lande zijn veijaeght.'
Voor Haerlem wast niet t'haerder vromen.
Voor Alckmaer werden sy beswaerl;
Bossu wert met zijn volck genomen,
In Zeelant zijn sy niet gespaert.
Voor Leyden quamen sy gestreken.
Tot twee diversche stonden stout,
Seer korts daer na zijn sy geweecken.
Verblijdt was doen jonck ende oudt.
Op menschen-troost streckten ons sinnen.
Dit wel aenmerckt bysonderlijok,
Hier meed' en mochten wy niet winnen, —
Godts wercken, die zijn wonderlijck.
Daerna quamen sy "ifcer voor Leyden,
Met al haer macht en spaensch gcspuys,
Sy gingen haer in 't land verspreiden.
Tot SC lansen maeckten sy elck huys.
Sy meynden Godts volck te verpletten.
Die van victualie waren bloot,
Sy riepen: wie sal u ontsetten?
Bespottende soo haren noot.
Noch seyden d' opgeblasen gecken,
Tot die van Leyden excelent.
Men soud' eer metter hand bedecken
De son en 't gansche firmament.
Eer u de Geuskens souden helpen;
Geboren blinde sullen sien.
Als sy u kommersnooden stelpen;
Denckt niet dat u hulp magh gescliien.
Geen garnisoen was in de stede.
Dan burgers, kloeck, stout en vailliant'.
Tot Godt ahnachtigh was haer bede.
Dat liy haer wilde doeu bystant.
Sy waren soo seer vast besloten.
Het was te sien afgrijselijck:
Dit heeft den goeden prins verdroten,
I „ In Leiden lagen slechts eenige vrijbuiters en vijf Tcndelcli bezol-
digde burgers." ^Wagenaar, VI, blj. 483).