Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 133 --
Met hongersnoot, sonder gewelt,
Ende heeft het oock alsoo bestelt.
Dat men daer niet kost bringen.
De prins en staten sloten raedt,
Vreemt scheen 't, nochtans van dese daet
Sal men duysent jaer spreken:
Den Ysseldijek kreegh menigh gat.
Den Maesdijek wert gesteken plat,
*t Water quam in-gestrekcn;
Hollant thoonde zijn waterkracht,
Zeelant heeft zijn 'hulp bygebracht,
Door volck en schoon scheepsstucken,
Hoysot, den vermaerden krijghshclt,
Begaf zich op het watervelt, .
Godt liet hem wel gelucken.
Als llabsaces spraek den vyant:
„ U cn kan komen geen byslant,
Leyden, gy moet versmooreu;
Kont gy de sterren grijpen wel,
Soo kan het water oock seer snol.
Tot voor u stadt doorboren."
Dit dede sommige doen de klacht,
Sathan die stooekte de tweedracht,
't Versoeck was swaer om lijden,
Want vele waren daer sonder broot,
Oock was de pestc daer seer groot,
Maer Godt die holp hen strijden.
Den wint blies soo voor Soetcrmeyr,
Van daer soo weeck des vyants hcyr,
Eude quam tot Soeterwoude,
Hier heeft de Heer sienlijck getoont,
Dat hy zijn volck in noot versciioont.
End' uyt last helpt benoude;
Hy gaf tegenwint met springhvloet,
Dit beupm den vyant den moet.
Die naeekt is wegh geloopen;
Veel huysen stack hy in deu brant,
Alwaer hy weeck, hy vont Godts handt,
Doodlijck moest hy H bckoopen.