Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
-- 132
Als iiy deselfden had geschuymt.
Na moort, roof, ende branden;
't Was den Milaensehen commandeur,
Die hier toe van hem kreegh de keur,
Om zijn seer schalcke sinnen;
Duc d'Albens handel was te wreet,
Dees veynsde dat hem sulcx was leet,
. Hy wout met list beginnen.
Wat hy daerdoor in Zeelant wrocht,
Hebben sijn Spaengiaerts wel besocht.
Dat sy daer niet meer komen; ^
Hy heeft dies weer in 't lest van Mey
Zijn nieu aenslagen driederley,
Op Hollant voorgenomen;
Op de Macs was den eersten lisfc,
Maer desen aenslagh is gemist,
Godts handt heeft hem geslagen;
In Noort-Hollant oock desgelijck,
Daer seer veel dooden op den dijck
En in de slooten lagen.
Den derden aenslagh heeft gehadt
Leyden, die wel vermaerde stadt,
Zy wert weder belegen i ;
Want hij wist dat daer op dit pas
Kooren noch krijghsvolck in en was 2,
Om sijn macht te staen tegen;
Zijn grof geschut hy achterliet.
Want daer met (wist hy) hadt hy nict,
Dies wou hy de stadt dwingen,
1 Zij had nam. reeds van Nov. 1573 tot Maart 1574, een eerste beleg
te verduren gehad, welks geschiedenis weinig minder belangrijk schijnt
dan die van het tweede, maar nog uit dc stukken en papteren van'tStads
Archief geput moet worden.
2 ,, M. le prince necessoit iournellement de solliciter tant les estats de
Hollande que le magistrat de Leyde» pour y faire mener vivres pour ung
an et davantage. Mais la négligence de quelques uns de la ville, et la
mauvaise prevoiance et advis de quelques auUres , fut cause que la ville
ne fut munie de vivres que pour bien peu de temps. Ce qui donna occa-
sion à l'enncmy de retourner incontinent après. — L'ennemi donc estant
adverty du.peu de vivres que l'on y avoit mis, la viut assiéger pour la
seconde fois le 26 May 1574." iDiscour^ du Siège de Leyde , aan geh. bij
Kist, Ocerzigt der geschied, van het beleg en ontzet der Stad Leiden,
bladz. 46>