Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 128 --
Want zy zijn seer goet van stof;
Zijn eraein hceft hij opgheslaghen.
En zijne spillen voortghedaen,
Maer u papencraem is omgheleghen,
Ghij meucht met Mclis nae Spaengiën gaen.
Ons prins van Oraengien zijn spillen,
Die en sullen nict worden moe,
Maer ghij papen vercocht ons brillen,
Eu ghij gaeft de huyskens toe;
En als wij't dan wel besaghen,
Soo eu hadden wij niet voor 'tgelt,
Daeromme wil God u plaghen.
Dat u cramerij ganschelijck smelt.
Aanslag op Noord-Holland.
[Henri de Vienne, baron van Chcvreaux, had, met omtrent
3000 Duitschers, in den winter over't ijs, Wormer enJisp
ingenomen, maar was daar bij 't open water door de vrij-
buiters weder uitgedreven; „ doch dewijl in den zomer,
omtrent Pinxteren, de Spanjaarden dezelve weder meenden
in te nemen, kwam de schutterij van Alkmaar die van
Wormer te hulp; ecn ander deel kwam te Purmerende,
andere op Monnikendam; maar ze werden alom van de
landlieden omringt, bezet, vermoord, verdronken, en ver-
smoord, met kleine galeyen , door's lands en waters gele-
genheid, hen overal verrassende." v. Meteren, II. 257.]
Wie wie hooren een nieu liet.
Al watter op Pincxterdach is gheschiet?
Hoort toe, ick salt u singhen.
Al van de Papouwen, hoort mijn baliet,
Noort-Hollant meynden zy te dwinghen.
Zy quamen te Wormer of daer ontrent.
De boeren van Assendelft maecten haer wel bekent.
De Geusen lietent haer oock ghenicten,
Zy creghen daer sulcken pincxterblocm,
Om gracy wast dat sy riepen.