Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 127 -
Och, Antwerpen, hoe sullen wy 't stellen,
Wy zijn in also grooten last,
Wy worden nu arme ghesellen,
Wy en haddent soo niet ghepast;
Wy hadden soo vast betrouwen.
Op den due dAlve, ousen heer,
Maer hy laet ons al iut benouwen,
En hy is nae Spaengiën, also veer."
O, Amsterdam, wat wilt ghy klaghen
Aen Antwerpen uwen noot,
Wy en eonnen niet verdragen
Van Vlissinghen desen stoot i; ,
Want wy tselve vlas oock spinnen.
Dat ghij hebt acut rocken g ledaen,
Al worden wij buyten onse sinnen.
Ten wil met ons ten draet niet gaen.
Wij weten niet wat ons mach letten.
Ons, twee steden al van ghewelt,
Hoe dat wij't alles nu aensetten.
Ons duuct dat onse rijckdom smelt;
Wij waren seer hooch gheseten.
Met de hoere van Babel rijck.
Nu zijn wij naier ghesmeten,
En vallen met haer int slijck.
Onse beminde suster vercoren,
Middelburch die schoone stee.
Die hebben wij nu verloren.
Dit doet ons harte soo wee;
Want zy was een medecijne,
Daer wij door werden ghevoet,
Maer nu moeten wij verdwijnen,
En vergaen door groot armoedt.
O Papouwen, ghij suit noch loopen
Aen den prins van Oraengien vol lof,
Ende van hem spillen koopen,
1 Zie het vorige lied.
2 „ Is te verhopen , dat soe haest als daer (Midd.) gedaen is, datiet
dan- op Amsterdam ofte alias Moordam sal costen " (Dirck Cornz.") 5 Oec.
1573 ; Qn Dodls Archief ii. bl. 129). Zie Terder boven, bl. 113 vv.