Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 12G —
Om Hollant on Zeeland te doen sterven,
Ende gantseh in den grondt te bederven.
Ons Opperste Prins, in hemels firmament,
Sal ons Nederlandt wel beschermen j
Ons tot slaven te maken sonder endt,
Daertoe sy ons willen brengen, och ermen!
Daerom, laet ons met hert en moet,
By malkanderen opsetten lijf eu goedt;
Daer sy zijn, sy doch voor ons beven.
Want Godt sijn handt over haer heeft geheven.
Amsterdam en Aiitwerpcn.
„Wy Amsterdammers zijn gheleghen
Tussehen twee stoelen inder as.
Het loopt nu heel met ons t' oudeghen,
Wat wij spinnen tis. al quaet vlas;
tEn wil met ons ten draet niet loopen ,
Het is al hart ende oock boos.
Al wat wij spinnen, 't wort vol knoopen,
Dus worden wij nu sinneloos.
Het is met ons al wt het reeden.
Wie sal ons nu eomen te baet,
^ Ons facm hoort men over al vcrbreedeu,
Dus worden wij nu desperaet;
Onsen soeten naem, seer ghepresen,
Vande Koeeketers zijn wij quijt.
Een ander naem is van ous gheresen.
Dat ons is een groote spyt. '
Moordammers ^ worden wy gebieten,
Of menschen-vilders, dat is best;
Het mach ons wel verdrieten,
Dat wy dit hooren moeten int lest,
Dit doet Enchuysen ende Hooren,
En oock de water-steden eenpaer.
Die gaen ons soo dapper verstooren.
En brenghen ons in lijden zwaer.
1 Zie hoyen bladz. 49; de naam dagteckendc van 1566, door de
slrengbeid der regeling legen de keUers.