Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 123 --
Al vande spaenselie rebelleusen,
Zy zijn veel arglier dan de Geusen;
Zy quaniéu tAntwerpen al over de vest,
Zy seyden, *t wasser ghegbeven ten best.
Seignor Daniel i, de easteleyn,
Hy dedese vergaderen op de pleyn.
Doe quam de groote Commandeur
Sehampen moest de gouverneur 3.
Zy seyden de gouverneur was een guyt,
Zy smeten hem daer de glasen wt \
Voorts liepen sy al met groot gedruys.
En namen de sleutelen vant stadthuys.
Doe quamper meer al van die soort.
En namen de sleutelen vande poort.
Zy lasen 'tplaeeaet van de eersten termijn.
Dat sy ten vollen betaelt souden zijn.
Zy wouden niet eten dan wittebroot.
Van als ghebraden klej^ en groot.
Zy liepen de rijcke lieden op de poort.
En droueken de wijn met groote stoopen.
Zy riepen: foire! met groot geschal,
Daer ereghen wel hondert vrouwen misval.
Zy deden vergaren den breeden raet.
Men schatte die burgers na haer staet.
Zy maecten alarm nacht ende dach.
Tot datter ghelt was opgebracht.
Het was de borgers groot bezwaer.
Datter gheen regent cn waer.
Die ons dit liedeken cerstwerf sanck,
Hy wil niet wesen in Spaengiaerts bedwanck,
Eoire viliaco, Eoirc ladron!
1 Lees: Davila. Zie bladz. 121 aant. 2.
2 Requezens, 24 April.
3 De stadvoogd Cbaoipagny. Req. zeide hem namelijk: „ dat het eeu
Gouverneur niet lietaamde hem den weg te wijzen." (v. Met.)
4 „brekende zijn huis, deuren, vensters, en glazen met geweld aan
stukken, hem noemende Xarf/'o/i wicUiaco.'* (v. Met.}