Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 118 --
tls waert dat ghy, met smarten,
Eenwelijek slaven blijft.
Dies met vromen ghemoede,
U landt, lijf, ende goedt.
Wijf en kindt, als de vroede,
Beschermt nu, wat ghy doet;
Verliest ghy, nu ten tijden,
Dese bequaemheydt groot,
U naeckt, van allen zijden,
Dienstbaerheydt, angst, en noot,
Nederlandt, ghy zijt neder-.
Door de Spaengiaerts, -ghedruekt,
Staet op, en slaet hem weder,
Die u soo scheert en pluckt;
Maeckt, met den prins ghepresen.
Een sterck verhoudt voortaen,
Voorspoedieh sult ghy wesen; —
Oorlof, vaet dit vermaen! —
Slag op de Mokerheide.
(14 April.)
Wie wil hooren een nieuw liedt.
Wat in Hjaer vier en tseventigh is geschiet?
Ick sal u gaen verklaren.
Al van den edelen graef Lodewijck,
Hoe dat hy is gevaren.
Graef Lodewijck lagh met menigh helt ^,
Voor die stadt van Maestricht in 'tvelt
De Papisten lagen daer beneven,
1 Hij had een leger ran 3000 ruiters en 6000 voelknechten t do
hertog KristofFel van de Palts voerde het met hem aan, en zijn jonge
broeder Hendrik was bij hem; geen van drieën keerde, als l)el<end is,
uit den slag op de heide terug; een omstandigheid die den dichter van
het lied, blijkens het voorlaatste koepiet, nog niet bekend was.
2 Volgens Mendoya (p. 281) kwam hij den 21sten Febr. op ander-
half nar van Maastricht. Mond. zelf kwam daar den 27sten aan het
büo&l van zijn veudul ruiters nit Breda (p. 232}.