Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 35 —
Hi comt tot siiieu wive,
Al vul brinct lii sinc flassche.
Dan gheift soe hem vele quader vloueke,
Als liaer dc kerel gheuaect;
Dan gheift hi haer een stuc vau den lijscouke.
Dan es de pays ghemaeet.
Wronghele ende wey, enz.
Dan comt de grote eornemuse,
Ende pijpt hem turelureluut;
Ay, hoor van desen abuse.
Dan maeesi groot gheluut.
Dan sprinesi al over hoop.
Dan wacht haer langhe baert.
Si maken groot gheloop;
God gheve hem quade vaert.
Wronghele ende wey, enz.
Wi willen de kerels doen greiusen.
Al dravende over 't velt;
Hets al quaet, dat si peinzen,
Ie weetse wel bestelt.
Men salse slepen ende hanghen,
Haer baert es al te lane,
Sine eonnens niet ontganghen,
Sine dochten niet sonder bedwane.
Wronghele ende wey, broot ende caes,
Dat heit hi al den daeh;
Daerom es de kerel so daes,
Hi hetes meer dan hijs maeh.
[Onder het bewind van graaf Lodewijk I barstte het
onweêrlos, dat reeds onder zijn voorganger en grootvader,
graaf Robert III, gebroeid had. Lodewijk (van Nevers),
met de dochter van koning Eilips V van Erankrijk ge-
huwd, liet bij zijn vertreknaar Parijs, in 1224, den Heer
vnn Aspremontals stedehouder achter. „Als de grave weeh
was," zegt de kroniekschrijver, „de baillies, scepenen,
ende de keurheeren, die de settinghen ende dc piientinghen
ordcnccrden, om den grave te ghecvcne dat hem beleeft