Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 549 --
Voor u vaderlaut wilt wageu lijf cii goet.
En de prius vau Orangiën, ons heere vroet,
Laet ons daer voor leven cn sterven ,
Prijs en eer sullen wy verwerven.
Als die bootsghesellen vernamen,
Dat die Papisteu quamen voort,
Zy vielen daer dapper ane,
Zy en spaerdeu kruyt noch loot,
Zy hebbeu gheschoten soo menighen schoot,
Eu wierpen de Spaengiaerts over boort.
Wel duysent zijuder ghebleven,
Zy moesten daer laten haer léven.
Tien schepen liebben zy ghenomen.
Met het ghesehut soo eleyn ende groot.
De nieu gouverneur moclit wel scluomen,
Hy stont tS. Martens dijck aent hoot ;
De Spaengjaerts riepen: Misericoort,
Maer de Geuse snicteuse overhoort;
Noch hebben zy, tot haerder schandeu.
Het elfsfe schip laten branden.
Ghij monicken eude papen,
Draecht rouwe aen elcken kant,
Middelborch moet ghij verlaten ,
By faute van uwe provant;
Ghij meent ous volck te locken wt Zeelaut,
So dat ghij met ghewelt in den Hage quamt,
Maeslautse Sluys verdiinghcn mede,
Wy wisten wel van uwe loose zede.
Oorlof, ghij hoeren en ondersalen,
Ende ghij officieren vailliant.
Wilt onsen priuee niet verlaten,
Biet hem trouwelicken de hant.
Opdat de Spaengjaert, die wreede tyrant,
Maeli gheroeyt werden wt Nederlant,
En alle die Babels dienaren,
Dat men Gods woort recht mach verclaren.