Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 102 —
Al sulcken gracy en pardoen
Soud' u, Catholijeken, gebeuren.
Te Zutphen 1, hoort al na mijn vermaen,
Daer quam den Spaengiaert binnen gaen;
Met alsoo korten spacy,
Gingh men de lieden met zwaerden verslaen.
Was dit niet schamele gracy?
Sy quamen te Naerden 2 metter spoet,
Thien borgers vielen Don Eredriek tc voet.
Die hem om gracy baden;
Ick sal u doen, sprak hy verwoet.
Genaden en geen genaden.
De borgers hadden noyt sulcks gehoort.
Geen verstandt en hadden sy uyt dit woordt.
Eer de stadt was opgegeven;
Doe werden aldaer de mannen vermoort.
De vrouwen liet hy meest leven.
Te Assendelft hoort men de lieden klagen,
Sy spraecken: wy geusden noyt onse dagen;
Hoort wat de Spaengiaerts seyden:
Daerom willen wy u zielen ten hemel dragen,
Eer u de Geusen verlcyden.
Hierom, ghy bm'gers, hier wel op past,
En stelt u niet in sulcken last,
En laet u niet bedriegen;
Een spaenseh pardon, dat hout soo vast.
Ais een open handt vol vliegen.
Alckmaer, die stadt scer wijs bedoeht.
Die en heeft geen spaenseh pardon gekocht,
Daerom was sy belegen,
t Door Don Fadriqnc bemaclitigd , in brand {gestoken, cn geplun-
derd; Alva had dat bevolen, „ oa:d.it hy zich herinnerde dat het ver-
schansen van Duren den keizer gansch Gelderland gegeven bad." (Zie
ziju brief van 19 Nov. 1372, in do Corr. dc Phil. IL II.)
2 Moord van Naarden den l Dcc. 1572.— Bern. dc Mendo^a zag er
eene goddelijke stiaf in ,,daar dit Naarden het eerst in tlolland de ket-
terp had aangenomeo , waar zij zich genesteld en van >vaar zij zich in de
buurt en de meeste Holl, steden verspreid had." {^Comm p. I72£»).
Alva noemt dcstad ,,efn broeinest van Wedcrdtiopers/* en schrijft, zich te
vcibeisgen dat zoo sterbt gcaarden bevolking, cn zulke groote ketters tot
voorbeeld hebben mogen strekken. (Co/r. dc Ph, IL XI, 30P.