Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 3i —
1323—1528.
Vlaamsche burgeroorlog.
Wi willen van den kerels zinglien.
Si sijn van quader aert;
Si willen de ruters dwinglien.
Si draglien enen langhen baert.
Haer eleedren die zijn al ontnait;
Een hoedekin op haer hooft ghecapt,
tCaproen staet al verdrayt,
Haer eonsen ende haer seoen ghelapt.
Wronghele ende wey, broot ende eaes.
Dat heit hi al den dach;
Daerom es de kerel so daes,
Hi hetes meer dan hijs mach.
Henen groten rncghinen cant.
Es arde wel sijn ghenouch.
Dien neimt hi in sijn hant.
Als hi wil gaen ter ploneh.
Dan comt tot hem sijn wijf, de vule.
Spinnende met enen rocke.
Een sleter omtrent haer mule.
En gaet sijn scuetle broeken.
Wronghele ende wey, enz.
Ter kermcsse wil hi gaen.
Hem dinct datti es een grave;
Daer wil hijt al omme slaen.
Met sinen verroesten stave.
Dan gaet Iii drincken van den winc,
Stappans es hi versmoort;
Dan es al de werelt zine.
Stede, lant, ende poort.
Wronghele ende wey, enz.
Met enen zeenwschen knive,
So gaet Iii duer sijn tassche.