Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- —
Ell hebben nict in handen meer by ie selten,
die tc vooren waren by de vetten,
■\Iaer nu moghen wy verset ten ons juweclcn.
En leereu nu 't liedt van terribiljs speclen,
Luyten noch veelen en moghen ons vermaecken.
Salt langher dueren wy moghent staeckcn,
Hoe sullen wy raeekcn wt dit verdriet?
Wijf en kinderen, clck even Icelick op ons siet,
Hoet by haer gheschiet, wy moetent prijsen.
Q. Deuct hoe sy te moede waren die ghy ter doodt pleccht
te wijs en.
Dan ghinct ghy u veriolijsen, met u ander mannen,
Ende liet u bloedige vierschare * spannen,
Moesten lijden n bannen, mcttcr spoet;
Dus comt dat Godt u slaet onder de voet,
Want van vuyldcr ghebroet was noyt ghehoort.
IFil. Wie ist die my ni mijn redenen stoort?
Comt ccus voort, laet u bcsien.
6'. Ick ben Genius , die ghy niet en moecht outvlicn, ^
13y u mach niet gheschien, twcrt my vcrclacrt.
//■?/. Gaet wech, u autwoort maect my vervaert,
Ick ben ghenoech beswaert, wilt van hier vcrtrcckcn,
Wilt ghy u boosheyt mede over miju strecken.
En wilt in my verwecken swaerder dromen,
Ick en weet sclüer aen gheen teerghelt tc comcu.
Want alle stroomen zijn voor ons tocgheblcvcii.
G. Speelt nu eens Geus naer 't leven.
Proeft wat die verdreven hebben moeten smaken,
Segghcnde: nu moghense Almanackcn maken;
Dit was u kaken, met spotten cn iockcn.
Dan Avast: laetsc nu loopen met swavelstocken;
, Dit waren die broeken, die sy moesten eetcn.
JFtl. Dat en hebbe ick mijn leven haer niet verweeteia,
Maer hebbe, naer mijn vermeeten, altoos 'tbeste ghedaen,
Ende by den Prince zijnder Excellentie ghegaen,
Oock hem ontfaen met grooter eeren.
G. Mocht ghy hem so honich om den mont smceren,
Hoe sout ghijt hem verlccrcn, als hy wacr iut net!
2 Den blocdtaad.