Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9i —
Hy is inet.processy ingliehaelt,
Men ginck daer al slampampen,
Nu vaert liy wech, heeft niemant betaelt,
By nacht soo ginck hij schampen.
Den ouden man was alsoo beus;
Zy wouden voor hem niet nijghen,
Zy riepen veel liever Yive Ie Geus,
Dan hy den thienden penninck sou crijghen.
Hy wilde wel maken eenen soeni,
Maer ons ginck daeraf walghen,
AVy mercten wel aen het vals pardoen.
Het waren al raden en galgen.
Zijn conterfeytsel van metaeP,
Dat mach hy wel weer breken.
Die harten ontloopen hem altemael.
Al inder Geusen preken.
Den prins oprecht, dat edele bloet,
Had hij soo gheerne verraden,
Maer God heeft, door den prins seer goet.
Den tyran seer beladen.
1 en 2. Zie boven, I. bladx.372 eu 384.
Liiniey.
[Een lied, door hevige nieuwgezinden ten voordecle
van den graaf van Lumey gedicht, wiens woestheid en
dolle ijver, in het begiu van 1573 zijne gevangenneming
ten gevolge hadden geïiad, en die in Junij daarop het land
verliet. In de eerste regels zinspeelt de dichter, naar het
schijnt, „ op de twee burgemeesters van Delft, Lumey's
aanklagers, die beiden, even voor de overgave van Haar-
lem, tot de Spanjaarts overliepen." v. Gron. Watergeuzenl\
tEy u, ghy afgodisten,
Die Godts raedt weder-staen.
Ja, meer met den Papisten,
Dan met 't princelijck graen; —
Dunkt u niet Godt sal 't wreken,