Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 93 --
Deu ander van sinte Krijn,
De derde loopt met Melis,
De vierde met Valentijn."
tis best dat gy noch joeket,
En hout met ons u spot.
Nu gy ons tgelt ontloeket.
En slepet in uwen pot;
Gy sout daermec verstercken
Het 'heylich Roomsehe Rijck,
Ten dienst der H. Kercken,
Ons missen al gelijck.
„Een doctoor quam mij verrassen.
Op Alderzielen nacht.
Mijn cruyden waren gewassen,
Zy quamen m haer cracht,
Wie geen pardon wou coopen.
Die meende ic tc vertreên.
Het water- quam met hoopen i,
Mijn cruyden dreven heen."
1 Toespeling op den grootcn watertloed van AUeriielen 1570.
Alva's ingang en uitgang.
Wie wil hooren een nieu liet,
En dat sal ick u singhen.
Van den ouden man die due dAlvc hiet,
tZijn alsoo vreemde dinghen:
Hy heeft begonnen in ons lant,
Van sconincx weghen te eomen.
Zijn rancken en blancken zijn al bekant.
Het zijn al blauwe bloemen.
Die privilegiën eleyn of groot.
Wil hy gheen steden laten,
Die vroomste des lants heeft hij ghedoot,
Versmaênde Raet cn Staten.
Papen, Papisten allcgaer
Hadden na hem verlanghcu,
Nu dancken zij Melis, der Papen vaer.
Dat hy is wech gheganghen.