Boekgegevens
Titel: Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Auteur: Vloten, J. van
Uitgave: Amsterdam: Schadd, 1864
Nieuwe uitg; 1e uitg.: 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, 113: NED 398.87
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205857
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche geschiedzangen, naar tijdsorde gerangschikt en toegelicht door J. van Vloten
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 92 —
Maekt ghij ous nu verloren.
Dat had ick noyt gelooft.
„Wildy u noch verschoonen,
Eu dencken gy hebt al recht?
Daelders en goude croonen,
Die waren mij toegesecht,
Ducaten root van golden,
En angelotten schoon.
Om mijn volc te besolden,
tNeerlant sou sijn mijn loon."
Hoe soude ment anders maken,
Wy befaeldeu u Spanjaerts met munt,
Ons Duytsea met grof laken.
Of wat heur wert geguiit.
En dat op de condiey.
Dat gij sout Ijfibben gebracht
De spaensche luquisicy,
In hare volle cracht.
„Wat sou ick die invoeren.
Het spel dat liep te hooch,
Dc spraec quam bij de boeren.
Dat u ding niet en dooch;
Het vagevier wtpissen,
Zy lioudent voor een ranck,
Bedevaert en zielmissen
Werpense achter de banek."
Omdat wy sulex wel wisten,
Spaerden wy geenen cost.
Ons renten wy dagliex misten.
En sonden na u een post;
Al waerdy thuys gebleven.
Niet veel waerder versuymt.
Wij sullen doch worden verdreven.
Och hadden wij 'tgelt versluymt!
„Verdrijft u dan Oraengffin,
Verjaeeht hy u op dit pas,
So trect met mij na Spaengiën,
Ick schenck u elck een kas.
Den een van sinte Cornelis,